Onze website maakt gebruik van cookies.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt. Meer informatie

Vaker plantaardig eten vraagt om maatwerk bij ouderen en jongeren

Steeds meer Nederlanders kiezen voor een voedingspatroon met minder dierlijke en meer plantaardige voeding. Maar de gevolgen van deze overgang zijn niet voor alle leeftijdsgroepen gelijk. Onderzoeken van Universiteit Maastricht, in samenwerking met Brightlands Campus Greenport Venlo, laten zien dat vooral jongeren en ouderen extra aandacht nodig hebben voor een kwalitatief goede overgang naar meer plantaardig eten. 

De onderzoekers analyseerden wat er gebeurt met de inname van eiwitten, essentiële aminozuren, vitamines en mineralen wanneer dierlijke producten worden vervangen door plantaardige alternatieven. De resultaten worden vandaag, tijdens De Week van Ons Eten, gelanceerd.

De eiwittransitie - de verschuiving naar een voedingspatroon met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten - is een belangrijke ontwikkeling voor de toekomst van ons voedselsysteem. Want de productie van dierlijke eiwitten legt druk op klimaat, natuur en grondstoffen. Maar het is ook belangrijk dat een ander voedingspatroon voorziet in wat mensen per levensfase nodig hebben.

Meer plantaardig eten: voedingsbehoeften verschillen per leeftijd en geslacht

De onderzoekers brachten op basis van daadwerkelijke voedselconsumptie van 3.570 Nederlanders in kaart wat er gebeurt met de voedingsinname, wanneer dierlijke producten worden vervangen door plantaardige. Nieuw aan dit Fascinating Optimens onderzoek ten opzichte van andere onderzoeken is dat per leeftijdsgroep en geslacht gekeken is naar de inname van voedsel en nutriënten, of dit genoeg is in het huidige dieet, en wat er verandert als mensen vaker vegetarisch eten. 

Een belangrijke uitkomst is, dat voor de overgang naar (meer) plantaardige voeding meer nodig is dan het één-op-één vervangen van dierlijke producten door plantaardige alternatieven. Naast de totale hoeveelheid eiwit werd gekeken naar essentiële aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd, vitamines en mineralen. Essentiële aminozuren zijn belangrijk omdat het lichaam deze niet zelf kan maken, en dus via de voeding moeten worden binnengekregen. Ook werd onderscheid gemaakt tussen verschillende leeftijdsgroepen en mannen en vrouwen.

Extra aandacht voor jongste en oudste leeftijdsgroep

Uit de modellering blijkt dat de gevolgen van een verschuiving naar meer plantaardige voeding niet voor iedereen gelijk zijn. Vooral bij de jongste (onder de 18 jaar) en oudste leeftijdsgroepen (71+ jaar) kunnen veranderingen in de inname van bepaalde voedingsstoffen extra aandacht vragen. Bij ouderen is de eiwitinname in het huidige voedingspatroon bijvoorbeeld al relatief laag. Een verschuiving naar plantaardige producten kan deze inname verder beïnvloeden, afhankelijk van welke producten worden gekozen. Ook tussen mannen en vrouwen waren verschillen zichtbaar. Zo verdient de ijzerinname bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd extra aandacht, omdat deze in het huidige voedingspatroon al relatief laag is en ook na de gemodelleerde overgang naar meer plantaardige voeding, onder de aanbeveling bleef.

Renate Akkerman, Assistant Professor binnen de Sustainable Foods & Health Group van Universiteit Maastricht, leidde het onderzoek: “We hebben niet alleen gekeken naar de hoeveelheid eiwit, maar ook naar de essentiële aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd en naar verschillende vitamines en mineralen. Daardoor konden we zien dat de gevolgen van een meer plantaardig voedingspatroon per leeftijdsgroep en geslacht kunnen verschillen. Een plantaardig voedingspatroon kan zeker volwaardig zijn, maar het is belangrijk om te kijken naar wat je precies vervangt. De voedingsbehoefte verandert gedurende het leven, en de keuze voor bepaalde plantaardige producten kan dan verschillen. Wie meer plantaardig wil eten, kan daarom letten op voldoende variatie in plantaardige eiwitbronnen, zoals peulvruchten, noten, zaden en volkorenproducten, en op de voedingsstoffen die in verschillende levensfasen extra aandacht vragen.”

Van voedingskundige inzichten naar plantaardige producten

Naast onderzoek naar de gevolgen van een veranderend voedingspatroon wordt binnen Universiteit Maastricht en Brightlands Campus Greenport Venlo (BCGV) ook gewerkt aan verdere ontwikkeling van plantaardige eiwitproducten. Want een innovatief duurzamer voedselsysteem begint op het snijvlak van onderzoek, ondernemerschap en de voedselketen. In dat kader startte in juni 2026 het Interreg-project SENSUPPLANTPRO, waarin Universiteit Maastricht en BCGV samen met Nederlandse en Duitse partners onderzoek doen naar plantaardige eiwitproducten. Hierbij wordt onder meer gekeken naar eigenschappen die van belang zijn om plantaardige producten aantrekkelijker en nog geschikter voor de consument te maken. 

Ingrid Vermeer, CEO Brightlands Campus Greenport Venlo: “De eiwittransitie vraagt om oplossingen die verder gaan dan het simpelweg vervangen van dierlijke producten. Plantaardige voeding moet niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond, voedzaam én aantrekkelijk om te eten. Dat is precies waar we ons op Brightlands Campus Greenport Venlo voor inzetten: wetenschap, bedrijven en de voedselketen met elkaar verbinden en kennis vertalen naar concrete toepassingen. Binnen het Interreg-project SENSUPPLANTPRO doen we dat heel concreet door samen met Nederlandse en Duitse partners te werken aan plantaardige eiwitproducten die zowel voedzamer als smakelijker zijn. Zo bouwen we samen aan een voedselsysteem waarin duurzaamheid en gezondheid, hand in hand gaan.”