Samenwerking moet doorbraak forceren in wachtrij voor overvol stroomnet
Het overvolle elektriciteitsnet remt de ontwikkeling van Nederland. Bedrijven die een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting nodig hebben, staan vaak lange tijd op een wachtlijst. Daardoor lopen plannen om te starten, uit te breiden of te verduurzamen vertraging op of worden ze zelfs uitgesteld. Om dit probleem aan te pakken slaan de overheid, netbeheerders en het bedrijfsleven nu gezamenlijk de handen ineen, met als doel om zoveel mogelijk partijen in de wachtrij sneller aan te sluiten.
Volgens minister Sophie Hermans is snelle actie noodzakelijk. “Ondernemers die wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting kunnen niet wachten tot het stroomnet volledig is uitgebreid. Daarom werken overheid en bedrijfsleven samen om op korte termijn perspectief te bieden. Met deze afspraken zorgen we ervoor dat meer bedrijven en organisaties sneller van de wachtlijst af kunnen.”
Ook het bedrijfsleven benadrukt het belang van de gezamenlijke aanpak. Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW, noemt netcongestie een van de grootste knelpunten voor het investeringsklimaat. “Het is goed dat alle betrokken partijen open samenwerken aan oplossingen. Als we deze maatregelen gezamenlijk goed uitvoeren, ontstaat er weer ruimte voor bedrijven om te groeien en te verduurzamen.”
Acht acties om de wachtrij te verkorten
Overheid, netbeheerders, toezichthouder en bedrijfsleven hebben zich gecommitteerd aan acht concrete acties. Samen bieden deze maatregelen de mogelijkheid om binnen twee jaar een aanzienlijk deel van de huidige wachtrij aan te sluiten. De effecten verschillen per regio. In gebieden als de Flevopolder, Gelderland en Utrecht is de ruimte beperkt, omdat daar eerst fysieke knelpunten moeten worden opgelost voordat extra capaciteit beschikbaar komt.
De afspraken maken het voor bedrijven aantrekkelijker om hun stroomverbruik (deels) te verplaatsen naar momenten buiten de piekuren. Hierdoor ontstaat extra ruimte op het net voor partijen die nu wachten op een aansluiting. Daarnaast gaan overheid en netbeheerders kritisch kijken naar de zogenoemde ‘reserveruimte’ op het elektriciteitsnet.
Een aantal belangrijke maatregelen op een rij:
Netbeheerders krijgen meer financiële ruimte om afspraken te maken met bedrijven die capaciteit vrijmaken, bijvoorbeeld door productie te verschuiven naar daluren. Het doel is om de komende twee jaar aanzienlijk meer van dit soort contracten af te sluiten.
Naast individuele afspraken worden dit jaar minimaal vier regionale tenders georganiseerd. Hierbij kunnen meerdere partijen een bod doen om ruimte op het stroomnet vrij te maken. Dat kunnen energieproducenten, industriële bedrijven, batterijprojecten of flexibele verbruikers zijn. Hoe lager de kosten, hoe groter de kans op selectie.
Met de zogenoemde Top 50-aanpak richten overheid, netbeheerders en bedrijfsleven zich de komende maanden op afspraken met de vijftig grootste stroomverbruikers met het meeste ontlastingspotentieel. Eerdere ervaringen laten zien dat dit in één keer ruimte kan opleveren voor tientallen wachtende bedrijven.
De inzet van reserveruimte voor uitzonderlijke situaties, zoals extreme kou of toekomstige piekbelasting, wordt opnieuw tegen het licht gehouden. Deze ruimte wordt gecombineerd met afspraken met partijen die op piekmomenten tijdelijk kunnen afschakelen.
Brede samenwerking
De aanpak is tot stand gekomen in samenwerking tussen de overheid, netbeheerders, het bedrijfsleven (VNO-NCW, MKB-Nederland en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie) en toezichthouder Autoriteit Consument en Markt. Gezamenlijk is gekeken hoe het elektriciteitsnet flexibeler kan worden benut, door vooral de capaciteit buiten de drukste momenten beter te gebruiken.
Hoewel het kabinet en de netbeheerders al eerder maatregelen hebben genomen om het stroomnet sneller uit te breiden, blijft dat een langdurig proces. De nieuwe afspraken zijn bedoeld om in de tussentijd toch ruimte te creëren, zodat bedrijven en ook nieuwe woningen sneller kunnen worden aangesloten.
