Paardenhouderij bewijst waarde voor natuur en landschap in eerste KPI-meting
Kritische prestatie indicatoren (KPI's) worden in de melkveehouderij gebruikt om duurzaamheidsprestaties te meten en belonen. Deze systematiek is in aangepaste vorm ook toepasbaar op de paardenhouderij. Dat blijkt uit een pilot bij dertien paardenhouders in Overijssel, uitgevoerd door Hogeschool Van Hall Larenstein in opdracht van Overijssel Boert Duurzaam en in afstemming met de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS) en de Federatie Paardrijden voor Gehandicapten (FPG).
Om die prestaties volledig in beeld te brengen en paardenhouders handelingsperspectief te bieden, is verfijning van de rekenmethode nodig. Hiervoor ontvangt dr. Inga Wolframm, lector Duurzame Paardenhouderij en Paardensport, een subsidie van de Provincie Overijssel.
"Paardenhouderijen vallen tot nu toe vaak buiten bestaande beleids- en beloningsstructuren. Dat terwijl deze sector al veel bijdraagt aan natuur, landschap en het platteland. Die bijdrage verdient erkenning", aldus Wolframm. “De resultaten uit onze pilot laten zien dat de methode werkt en dat paardenhouders veel te bieden hebben. Tegelijkertijd werd duidelijk dat we naar een systematiek toe moeten die duidelijk maakt wat individuele bedrijven doen, in plaats van gemiddelde waarden die alle nuance buiten beeld laten.”
Ondanks grove benadering sterke prestaties
De uitkomsten vallen op, ondanks de methodologische beperkingen. Ter vergelijking: de deelnemende bedrijven scoren op een aantal van de onderzochte indicatoren gemiddeld boven de hoogste streefwaarde van de melkveehouderij-staffel, bijvoorbeeld op stikstofbalans, ammoniakemissie, bodemkwaliteit, broeikasgasemissie, energie en weidegang. "Tijdens de bedrijfsbezoeken viel me op hoeveel ze al doen," zegt onderzoeker Judi Groote. "Veel meer dan ze zelf denken."
Diversiteit verdwijnt achter gemiddelden
De pilot toont het potentieel, maar laat ook zien dat de huidige methode nog te veel uitgaat van gemiddelden. Daardoor blijven verschillen tussen bedrijven buiten beeld. Een manege werkt immers anders dan een fokkerij, pensionstal of zorgboerderij. “Om paardenhouders echt verder te helpen, moeten we kunnen laten zien wat een individuele paardenhouder doet: welke keuzes worden gemaakt, hoe vertaalt zich dat naar prestaties en waar kun je als ondernemer zelf op sturen? Pas dan krijg je een systematiek die zowel de prestaties erkent als verbetering ondersteunt" zegt Wolframm.
Groen potentieel blijft buiten beeld
Ook op de groene KPI's laat de pilot zien dat de huidige systematiek tekort schiet. Veel deelnemers scoren hier lager, maar dat weerspiegelt niet de werkelijkheid. Deze indicatoren meten alleen formeel geregistreerde maatregelen. Uit eerder onderzoek blijkt dat Overijsselse paardenhouderijen gemiddeld bijna 10 procent groenblauwe dooradering realiseren en meer dan tien landschapselementen per locatie beheren. Die bijdrage wordt niet erkend omdat paardenhouders vaak niet weten dat subsidieregelingen met ANLb- of BBM-pakketten ook voor hen toegankelijk zijn.
Van pilot naar doorontwikkeling
Overijssel Boert Duurzaam is de breedst opgezette provinciale KPI-pilot van Nederland en richt zich naast de standaard agrarische sectoren (melkveehouderij en akkerbouw) ook op de kleinschalige graasdiersectoren. "Deze pilot in de paardenhouderij bewijst dat dat ook werkt voor sectoren die traditioneel buiten beeld blijven," zegt Saskia Scheer, projectleider bij Collectief Midden Overijssel namens de drie agrarische natuurcollectieven in Overijssel.
Samen met provincie Overijssel en Overijssel Boert Duurzaam gaan de onderzoekers nu de KPI-systematiek voor de paardenhouderij verder doorontwikkelen, met als doel een volledige systematiek die is toegesneden op de diversiteit van de sector. De vraagstukken zijn niet provinciaal; elke provincie heeft paardenhouderijen met vergelijkbaar potentieel. Landelijke opschaling is de logische vervolgstap.
