Onze website maakt gebruik van cookies.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt. Meer informatie

Maatregelen noodzakelijk om de uitstoot van microplastics uit textiel terug te dringen

In Nederland kwam in 2022 ongeveer 430.000 kilo microplastics vrij uit kleding en schoenen. In heel Europa ging het om meer dan 10 miljoen kilo. De uitstoot ontstaat vooral door het dragen van kleding en de slijtage van schoenzolen, maar ook tijdens het wassen, met name bij de eerste wasbeurten. Deze microplastics vervuilen het milieu en kunnen schadelijk zijn voor natuur en gezondheid. De meest effectieve maatregel is het verminderen van synthetische vezels in kleding. Ook consumenten kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door minder nieuwe kleding en schoenen te kopen. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM.

Microplastics zijn zeer kleine plasticdeeltjes die onder meer vrijkomen door slijtage van autobanden, plastic afval en industriële kunststofkorrels. In 2024 publiceerde het RIVM hierover een uitgebreid rapport. De deeltjes vervuilen oppervlaktewater, lucht en bodem en zijn schadelijk voor ecosystemen. Mogelijk brengen ze ook risico’s voor de gezondheid met zich mee. Microplastics uit textiel vormen een groeiend probleem en komen vrij bij het dragen, wassen en drogen van kleding, vooral in de eerste gebruiksfase, en bij het dragen van schoenen.

Zonder aanvullende maatregelen zal de uitstoot verder toenemen. In 2022 bedroeg de uitstoot in Nederland 430.000 kilo. Als er niets verandert, is deze hoeveelheid in 2050 meer dan verdubbeld.

Het RIVM onderzocht dertien mogelijke maatregelen om de uitstoot te verminderen. Vier daarvan hebben het meeste effect. Ten eerste het ontwikkelen van kleding die minder vezels verliest, een verantwoordelijkheid van producenten. Ten tweede het gebruik van afbreekbare materialen en minder synthetische vezels, eveneens een taak voor producenten. Ten derde het stimuleren van langer gebruik van kleding en het tegengaan van fast fashion, waarbij overheid en consumenten een rol spelen. Ten vierde het aanpassen van was en droogprogramma’s aan synthetische kleding, bijvoorbeeld door lagere toerentallen te gebruiken en minder machinaal te drogen.

De grootste winst is te behalen bij de eerste twee maatregelen. Een gezamenlijke aanpak in de hele keten vergroot het effect. Volgens het RIVM zijn wettelijke verplichtingen en duidelijke normen noodzakelijk om daadwerkelijke verandering te realiseren. Overheid, kledingproducenten en fabrikanten van wasmachines moeten hierin samen optrekken.

De laatste twee maatregelen hebben een beperkter effect, maar dragen direct bij aan minder milieuvervuiling. Ze bieden consumenten bovendien de mogelijkheid om zelf actie te ondernemen. Milieu Centraal geeft hierover praktische adviezen.

In het onderzoek is uitsluitend gekeken naar de uitstoot van microplastics uit kleding en schoenen. Kosten van maatregelen en bredere effecten van productieprocessen, zoals de impact van katoenproductie op watergebruik en pesticiden, zijn niet meegenomen. Het RIVM adviseert om deze aspecten in toekomstige beleidskeuzes wel te betrekken. Ook beveelt het instituut aan om fabrikanten en andere betrokken partijen actief te stimuleren tot verdere verduurzaming van de textielketen.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.