Europees stroomnet versterken helpt stijgende energiekosten voorkomen
Extra investeringen in het Europese elektriciteitsnet richting 2050 kunnen helpen om bedrijven en huishoudens te beschermen tegen hoge energiekosten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Vooral in scenario’s waarin kernenergie duur wordt of maatschappelijk minder gewenst is, levert een sterker Europees stroomnet aanzienlijke financiële voordelen op. Wanneer kernenergie in 2050 juist betaalbaar blijkt, is de meerwaarde van verdere netuitbreiding beperkter.
De energietransitie zorgt ervoor dat het elektriciteitsverbruik in heel Europa snel groeit. Tegelijkertijd neemt de productie van duurzame energie toe, maar deze is ongelijk verdeeld over het continent. Windenergie wordt vooral opgewekt rond de Noordzee, zonne-energie vooral in Zuid-Europa en waterkracht met name in Scandinavië. Daardoor moet elektriciteit steeds vaker over grotere afstanden worden vervoerd dan voorheen.
In het onderzoek vergelijkt het CPB drie mogelijke varianten voor het Europese hoogspanningsnet in 2050: een compact, een gemiddeld en een sterk uitgebreid netwerk. Het gaat om uitbreidingen bovenop de netversterkingen die al tot 2030 gepland staan. Voor elke variant zijn de kosten en de mogelijke besparingen doorgerekend in verschillende toekomstscenario’s, waarbij is gekeken naar ontwikkelingen in de elektriciteitsvraag en de kosten van opwek- en opslagtechnologieën.
Uit de analyse blijkt dat de verwachte kosten en rol van kernenergie doorslaggevend zijn voor het rendement van netuitbreiding. Als kernenergie duur is of maatschappelijk onwenselijk wordt geacht, is een uitgebreider Europees stroomnet financieel het meest aantrekkelijk. Landen kunnen dan eenvoudiger profiteren van goedkope elektriciteit uit andere delen van Europa, wat kan leiden tot jaarlijkse besparingen van miljarden euro’s. Ook bij een tijdelijk tekort aan lokale productie blijven betaalbare alternatieven beschikbaar via het internationale netwerk.
Wanneer kernenergie in de toekomst juist goedkoop en aantrekkelijk wordt, neemt het voordeel van extra investeringen in het stroomnet na 2030 af. In dat scenario wekken landen een groter deel van hun elektriciteit zelf op, waardoor minder transportcapaciteit nodig is. De kosten van verdere uitbreiding wegen dan niet op tegen de financiële baten.
